Geschiedenis VGH ’t Harde

Het verenigingsleven speelde in de ontstaansgeschiedenis van het dorp een belangrijke rol. Als eerste verenigingen werden opgericht; Christelijke Gemengde Zangvereniging Nooitgedacht in 1903 en de Christelijke muziekvereniging TOG in 1924. Zij ontplooiden hun activiteiten in de bijruimten van de Ned. Herv. Kerk, gebouw EIim. Door de gestage groei van kleine buurtschap naar een dorp, nam het aantal verenigingen toe, en werd de behoefte aan een buurtgebouw steeds groter. Om dit te bewerkstelligen was echter een overkoepelende vereniging nodig. Nu sprekend over de jaren medio twintig van de vorige eeuw was dit, evenals ook in onze tijd, een vooruitstrevend initiatief wat uiteraard de nodige kosten meebracht.

Buurtvereniging

Door enkele voortrekkers, onder leiding van mijnheer De Jongh van de Johannahoeve, werd het initiatief genomen tot de oprichting van een buurtvereniging. Op vrijdag 9 maart 1928, vond de oprichtingsvergadering in huize Johannahoeve plaats. Er werd een moderamen gekozen met als voorzitter de heer C.W.A. de Jong, de heer J. Jansen (hoofd der school) als secretaris en de heer H.W. Pegman (onderwijzer) als penningmeester. Na de voorbereidende werkzaamheden werd de aanvraag voor een vereniging gehonoreerd. De aanhef en de eerste drie artikelen luiden als volgt;

STATUTEN van de Vereniging “BUURTVERENIGING HET HARDE”
Goedgekeurd bij Koninklijk Besluit d.d. 31 mei 1928 no. 36,
Staatsblad no. 131 d.d. 6 en 7 juli 1928

  • ART. 1. Te 0ldebroek bestaat een vereeniging, genaamd: Buurtvereniging ’t Harde,
    welker doel het is het bevorderen van de zedelijke en stoffelijke belangen harer leden.
  • ART. 2. De vereniging stelt zich op den grondslag, dat het Christelijk beginsel in het volksleven gehandhaafd, moet worden.
  • ART. 3. Zij tracht dit doel te bereiken langs wettelijken weg en wel door het stichten en onderhouden van een verenigingsgebouw en genoemd, gebouw beschikbaar te stellen tot het houden van vergaderingen en bijeenkomsten, muziek- en zanguitvoeringen en verdere werkzaamheden, die niet strijdig zijn met het in art. 2 genoemde beginsel en de bestaande wetten en verordeningen.

Artikel 2 geeft duidelijk aan dat het Christelijk beginsel in het volksleven gehandhaafd moest worden. Wat zoals zeker in die tijd op de Veluwe, niet bijzonder was.

Grondprijs
Voor het gebouw moest een geschikt stuk bouwgrond worden gezocht aan de Elburg-Epergrintweg. Aan genoemde weg werd tussen A. Spaan en G. Eibrink een stukje woeste grond van broeder Veltman gekocht voor de prijs van ƒ 10, bouwgrond was er. Nu het gebouw nog. Het probleem, zoals ook nu nog, was geld! Er werd echter een bazaar, compleet met rad van avontuur gehouden in de schuur van Willem Bosch, opbrengst een kussensloop vol klein geld. Na de telling in de keuken bij fam. Pegman, door bakker Spijkerboer en Beert Akster, de rentmeester van Zwaluwenburg, werd een bedrag van ƒ 1400,– vastgesteld, voor die tijd een enorm bedrag. Daarnaast schonken de bewoners van het landgoed “Johannahoeve”, een bedrag van ƒ 1000, –.

Verenigingsgebouw

Met dit bedrag werd besloten tot de bouw van een buurtgebouw op een terrein aan de Elburg-Epergrintweg, (nu Rabobank ). De Oldebroekse architect Rodenburg verzorgde het ontwerp voor het gebouw. Na aanbesteding werd de bouw gegund aan de gebr’s. van Olst uit Oldebroek. Het voornamelijk uit hout opgetrokken gebouw bevatte een grote zaal, en een kleine toneelruimte. Voor die tijd voldeed het ruimschoots aan de behoefte. Op donderdag 4 oktober 1928, ’s avonds om kwart voor acht werd het gebouw officieel in gebruik genomen. Muzikale medewerking werd verleend door muziekvereniging TOG.

Dorpscomité
De buurtvereniging was zijn tijd al ver vooruit. Want zij functioneerde tevens als dorpscomité. Dit kwam tot uiting door geschreven brieven in het oude archief;

– Zoals een aanvraag voor onder andere elektrische verlichting voor het gebouw en woningen in de omgeving.
– Aanvraag voor een lantaarn aan de Elburg-Epergrintweg tussen het station en architect Rodenburg. (nu familie Ketelaar)
– Verder het verzoek bij de A.N.W.B. voor het plaatsen van een naambord ’t Harde bij de in- en uitgang van het dorp.
– Een verzoek bij de NS in mei 1953 het voor het aanstellen van een overwegwachter, betere verwarming in de stationswachtkamer en naamsverandering van het station, van Legerplaats Oldebroek in ’t Harde. (Dit verzoek werd reeds gehonoreerd op 26 mei 1963)
– Medewerking voor de gemeente Doornspijk aan het organiseren van de verkoop van een strook grond langs de Eperweg voor een fietspad.

Ook werd er een bibliotheek in het leven geroepen die tot aan de komst van de openbare bibliotheek in januari 1982 functioneerde en later, na afbraak van het gebouw, meeging naar ’t Poshuis.

Gezelligheid
De oudere Hardenezen herinneren het zich als een knus gebouw. ’s Winters verwarmd door een grote potkachel in ’t midden van de zaal. Spoedig kwamen er meer verenigingen en een buurtbibliotheek. Ook werden er zaalsporten en balletlessen beoefend. Daarnaast werden er ook cursussen, vergaderingen en toneeluitvoeringen gehouden. Er werd ook een aantal keren school gehouden tijdens verbouwingen van de school. De conciërge, (nu beheerder) was jarenlang het echtpaar Gert-Jan en Jentje van der Kolk werkzaam in het verenigingsgebouw. In 1967 werd het oude gebouw, na 42 jaar trouwe dienst, afgebroken.

’t Poshuis

De bouw van de legerplaats ’t Harde, begin vijftiger jaren, zorgde voor een aanzienlijke uitbreiding van het inwoneraantal. Het verenigingsleven kreeg hierdoor eveneens een extra impuls. Onder andere uitbreiding van de ledenaantallen en oprichting van nieuwe verenigingen, waaraan met name mevr. H. A Vels-Brinkman een groot aandeel had. Het buurtgebouw werd veel te klein en voldeed niet meer aan de eisen destijds. Uitbreiding was om ruimteordelijke- en verkeerstechnische redenen onmogelijk. Er was maar één oplossing, een nieuw dorpshuis! Op 11 maart 1963 startte een werkgroep bestaande uit mevr. H.A. VeIs-Brinkman en de heren, Tj. Offringa en H. Schenk, die na veel vergaderen besloot tot de bouw van een nieuw gemeenschapscentrum. De locatie werd “plan van ’t Oever” aan de Munnikenweg. Hier stond eerder de boerderij van familie van Oever, een mooie goed bereikbare plaats vrij centraal in het dorp.

Nieuwe vereniging
Er was echter een moeilijk punt, een nieuwe vereniging, een neutrale, waaraan iedereen kon deelnemen. De “Christelijke” buurtvereniging moest opgaan c.q. omvormen tot een neutrale vereniging. Toenmalig waarnemend burgemeester van Doornspijk W.J. Pos, wist met veel overredingskracht alle partijen tot samenwerking te bewegen. Na een moeilijke operatie met veel overleg kwam er een akkoord. Nu konden alle verenigingen, zonder onderscheid deelnemen aan de nieuwe vereniging. De naam van de nieuwe vereniging werd;

‘Vereniging tot Stichting, Instandhouding en Exploitatie van een Verenigingsgebouw te ’t Harde’.

Na de verkoop van het buurtgebouw, kon door de ‘oude’ buurtvereniging een bedrag van ƒ 40.000,– aan de ‘nieuwe’ vereniging worden overgedragen. Zonder de voortrekkers van het eerste uur tekort te doen, willen we de namen van mevr. H.A. VeIs-Brinkman en de heren, H. Schenk en Tj. Offringa extra onderstrepen. Met de stuwende kracht van burgemeester Pos en achter de schermen gemeentesecretaris Js. van Hulsteijn, kon tot een prachtig eindresultaat worden gekomen. Een mooi verenigingsgebouw ontworpen door architect Warmels van architectenbureau Rodenburg, en gebouwd door de Hardense aannemer Salverda.

Welke naam?
Op donderdagmiddag 29 januari 1967 werd het gemeenschapscentrum geopend door de toenmalig commissaris der Koningin in Gelderland Mr. H.W. Bloemers, die onder andere memoreerde dat het nieuwe dorpshuis op dat moment het grootste en best geoutilleerde dorpshuis van de provincie was. De onthulde naam van het gebouw was;

“’t Poshuis”

In die naam werd iedereen geëerd, die zich ervoor het vuur uit de sloffen heeft gelopen. Al met al een glorieus gebeuren.

Brand
Door een onbekende oorzaak, is in februari 1970, brand in ’t Poshuis ontstaan. De schade was aanzienlijk. Echter met gezwinde spoed werd de reparatie aangepakt. Tijdens de hersteltijd, ongeveer een half jaar, maakten de ongeveer veertig verenigingen, gebruik van lokaliteiten in de openbare school, een zaal bij de Ger. Kerk en het gebouw van speeltuin de Springberg. Tussentijds hadden verscheidene verbouwingen in ’t Poshuis plaats. In 1979, werd na de grote zaaluitbreiding, een heropeningfeest gehouden. Er was nu voldoende zaalruimte voor allerhande activiteiten. Tientallen verenigingen, organisaties en groepen vonden er onderdak. De Hervormde wijkgemeente die er ’s zondags hun diensten hield noemde zich zelfs de “Poshuiswijk”. Na ingebruikneming, was er begin jaren zeventig alweer behoefte aan zaaluitbreiding door toename van zaalsporten en de uitbreiding van gymnastiek voor de lagere scholen. Het bestuur ging in onderhandeling met het gemeentebestuur van Doornspijk. Het resultaat; eind 1973 werd begonnen met de bouw van een sportzaal aan de Blerckweg. In 1992 werd het 25-jarig feestelijk gevierd. In een speciale uitgave van de Mozaïk, destijds het Poshuis verenigingsblad, memoreerde burgemeester Mr P. Th, van Hout het belang van een goed verenigingsleven met de volgende woorden: “Voor nu en in de toekomst, is een goed geoutilleerd en beheerd gemeenschapscentrum van belang voor de levensvatbaarheid en bet leefklimaat van een dorp”. Als wij als dorpsgemeenschap dit waar willen maken, blijft ons aller inzet hierbij nodig. laten we wanneer nodig dan ook allen spontaan meedoen als er een beroep op ons wordt gedaan.

Supportersvereniging
Aangezien de subsidies van overheidswege gaandeweg teruglopend, is het. bijna onmogelijk de exploitatie van de centra sluitend te krijgen. Ook extra zaken kunnen moeilijker worden gerealiseerd. Een aantal leden is echter tot actie overgegaan en heeft in 1999. een “Supportersclub” opgericht onder de naam;

“Vrienden gemeenschapscentra ’t Harde”.

Men wilde trachten extra geldmiddelen te verzamelen door het houden van activiteiten, acties en het werven van begunstigers. Dit alles om de reeds genoemde leefbaarheid waar te blijven maken. Na de afbraak van ’t Poshuis hield deze vriendenclub ook op te bestaan. Als beheerders werkten in ’t Poshuis opvolgend; als eerste Willem Meulman uit ´t Harde, daarna een heel lange periode Frank en Driesje van ´t Hul uit `t Harde, na de VUT werd Frank opgevold door de Elburger Johan Deen. Als laatste, de periode tot aan de sluiting in 2009, Jos Robben uit Zwolle, die deed zoals men dat noemt, het licht uit.

De Beemd

Het bestuur toog andermaal met het gemeentebestuur van Doornspijk en de Provincie aan de slag. Financiële problemen waren er nu niet, daar in verband met de komende samenvoeging van de gemeenten Doornspijk en Elburg, voldoende financiële middelen gegarandeerd waren. Zo kon in Oktober 1973, met de bouw van een sportzaal worden begonnen op een stuk grasland aan de Blerckweg. Op vrijdag 22 maart 1974 werd door burgemeester Mr. E.J.F. Westerhuis van Doornspijk de eerste steen gelegd. Door middel van een prijsvraag had bevolking inspraak bij de naamgeving van de nieuwe sportzaal. Uit de ingediende namen zou dan de meest toepasselijke worden gekozen. De winnaar was badmeester Gerrit Verwoerd met de naam; ‘De Beemd’. De naam betekend; laag gelegen grasland. Een heel toepasselijke naam voor het terrein waarop het gebouw was gebouwd, een laag liggend stukje weiland wat vaak vochtig was door de lage ligging. Toenmalig commissaris der Koningin in Gelderland, Mr W.J. Geertsema verrichte de officiële opening op donderdag 14 september 1974. Aangezien de vereniging vanaf dat moment twee gebouwen beheerde, werd de naam gewijzigd in;

‘Vereniging Gemeenschapscentra ’t Harde.’

MFC Aperloo

Door het veranderende verenigingslandschap kwam er behoefte aan een groot Multi functineel accomodatie op ’t Harde. Om de kosten daarvan te dekken moesten de locaties ’t Poshuis en de Beemd plaats maken voor woningbouw. Bouwbedrijf Prins en projectontwikkelaar Oranjewoud streden om de opdracht. Waarbij Prins een locatie achter de Hokseberg op het oog had. Oranjewoud zou in overleg met gemeente Elburg, op het 2e voetbalveld van vv ’t Harde gaan bouwen. Ter compensatie kreeg de voetbal een kunstgrasveld en een renovatie van de parkeerplaats aangeboden. Na veel overleg, waarbij uiteraard de kosten een belangrijke rol speelde, kreeg projectontwikkelaar Oranjewoud de opdracht voor de bouw het MFA. Heien op ’t Harde Na de nodige vertraging ging op maandag 10 september 2007 de eerste paal de grond in voor het multifunctionele centrum. De belangrijkste oorzaak van de vertraging, het gebouw kwam een stuk duurder uit dan gepland, doordat er geheid moest worden. Uiteindelijk werd de eerste paal werd geslagen op dinsdag 11 september 2007 door; de (CU) wethouder van gemeente Elburg, de heer Gerard van der Velde. Op ’t Harde is de zanderige ondergrond doorgaans stevig genoeg om op te bouwen. Dat gold echter niet voor de Multifunctionele Accommodatie (MFA). “We zijn op een zachte veenlaag gestuit, ongeveer drie meter onder het oppervlak”, zegt een woordvoerder van projectontwikkelaar Oranjewoud. ” De vloeren zijn geen problemen, maar de stalen kolommen zouden waarschijnlijk wegzakken.” Een woordvoerder noemt de zachte veenlaag ‘een onvoorziene omstandigheid’. “Er is hier in ’t Harde nog nooit een heipaal de grond in gegaan, dus we zijn daar in de voorbereiding totaal niet mee bezig geweest.” Volgens de woordvoerder komt het project op geen enkele wijze in gevaar. “We schatten dat het heien zo’n 20.000 euro gaat kosten. Binnen een week is de klus geklaard. De planning blijft dus gewoon zoals hij was. ”

Naam
De naam van het nieuwe functionele centrum werd;

“MFC Aperloo”

De naam verwijst naar een historisch plek in het Veluwse dorp, (zie onderstaand verhaal). Het resultaat van een onder de bevolking gehouden prijsvraag, die gewonnen werd door Leo den Hoed. Het idee was een neutrale naam die toch met de geschiedenis van de streek en de omgeving te maken had. De omgeving van het mfa was in de 12e eeuw al bekend onder de naam Aperloo, in feite de oudst bekende naam voor ’t Harde, dus de naam voor het nieuwe mfa. Waarbij mfa, multi functionele accommodatie, werd gewijzigd in Multi Funktioneel Centrum. Donderdag 18 december 2008 is het gebouw onthuld met het ontsteken van de naamverlichting op de voor- en zijgevel van het gebouw. De officiële opening was op vrijdag 9 januari 2009.

Aperloo
Vanaf de Hoge Enk is het maar een klein eindje om via de Stadsweg in Aperloo, een cirkelvormig gebied met een doorsnede van ca. anderhalve kilometer, te komen. Het centrum wordt gevormd door de boerderij van de familie Rozeboom, Stadsweg 11. Aan de ronde vormen zien we dat dit gebied al zeer vroeg bewoond was. Rechte lijnen in het landschap duiden op ontginningen, waar op de Noordwest-Veluwe vermoedelijk al in de 12e eeuw een begin mee is gemaakt. In 1837 ontdekte H.R. Sneller in Aperloo op ongeveer een meter onder de grond een stuk weg geplaveid met keistenen. Deze stenen kon hij goed gebruiken voor zijn eigen woning. Tijdens het verslepen viel zijn oog op een merkwaardige steen met twee gaten erin. Men vermoedde dat het hier om een Voor-Romeinse molensteen ging. In hetzelfde gebied werd ook een middeleeuwse wijnkan gevonden. Beide voorwerpen zijn spoorloos verdwenen. In Aperloo is in het jaar 1521 een veldslag uitgevochten. Een Overijssels legertje was bij het Katerveer overgestoken. Het stroopte de Veluwe af tot aan de Hierdense Beek bij Harderwijk. Met rijke buit werd de terugtocht ingezet. De feestvreugde over deze geslaagde operatie werd wreed verstoord door een Gelders leger bestaande uit 300 ruiters en 1800 man voetvolk. De nederlaag in de velden van Aperloo was verpletterend. Twee koperen kanonnen werden naar Elburg gesleept. Ter nagedachtenis aan deze gedenkwaardige veldslag stonden ze tweehonderd jaar in het stadhuis opgesteld. Daarna zijn ze verkocht voor oud metaal.

Bron: Boek “Doornspijk verleden in beeld”, 1989 Uitgave van Arent thoe Boecop oudheidkundige vereniging Elburg